Zo schrijf ik een boek

De reis van mijn leven

Mijn handen zitten nog volop in Canada, het land waar mijn nieuwe thriller zich afspeelt. Ik laat mijn vingers over het toetsenbord schrijven: er moet herschreven worden, geschrapt en geschaafd. Mijn manuscript over mijn Canadese oom wordt heel langzaam beter en beter. In mijn hoofd ben ik ondertussen al bezig met mijn volgende avontuur: Nieuw-Guinea.

In het najaar ga ik op reis. Met de Papua Insects Foundation ga ik op een unieke expeditie naar het op-een-na grootste eiland ter wereld: Nieuw-Guinea (dit is de naam die in mijn familie gebruikt wordt voor het Westelijk deel van Papua Nieuw-Guinea). Ik ga samen met wetenschappers en vrijwilligers van Naturalis de reis van mijn leven maken.

Hoe dat zo?

Lang verhaal

Eigenlijk zou ik samen met mijn zusje deze reis gaan maken. Onze vader groeide namelijk op in Nieuw-Guinea. Mijn grootvader ging er als jonge man naartoe, als zendeling, en startte er een school waarin hij Papoea jongens leerde lezen, schrijven, werken en zingen. Hij trouwde met een Nederlandse vrouw, onze grootmoeder. Toen wij klein waren en we bij haar op bezoek gingen, sprak ze regelmatig Maleis tegen ons, en in haar huisje hingen foto’s aan de muur van het gezin in witte kleren tegen een zonnige, tropische achtergrond. Onze grootvader was toen al overleden, het jaar voordat ik werd geboren.

Toen mijn zusje hoorde dat een collega van haar elk jaar een expeditie organiseerde naar Nieuw-Guinea, vroeg ze of ze een keer mee mocht, samen met mij.

We bezochten een voorlichtingsbijeenkomst, eind 2019, en we besloten om in 2021 mee te gaan. Dat mocht.

En toen kwam Corona.
Het jaar erna werd mijn zusje ziek.
Twee jaar later stierf ze.

Een paar maanden later bezocht ik Naturalis. Er was een presentatie over een nieuw ontdekte vlindersoort, die werd vernoemd naar mijn zusje Maartje. Deze nieuwe vlinder kwam alleen voor in Nieuw-Guinea.

De reis naar Nieuw-Guinea was altijd in mijn achterhoofd blijven bestaan, maar het duurde jaren voordat ik de energie had en moed vond om de collega van mijn zusje te mailen. Ik vroeg hem of ik mee mocht, in mijn eentje. En het antwoord was ja. Ik kan de reis niet meer met haar maken, maar ik ga, voor ons allebei. Ook al vind ik het heel spannend.

Spannend

Mijn zusje durfde alles, reisde vaak en zij zou er voor zorgen dat alles op rolletjes liep. Op mijn beurt zou ik er voor haar zijn als er een spin te dicht in haar buurt kwam. Zo spraken we het af, maar de reis gaat anders zijn. Ik ga nu in mijn eentje op zoek naar de voetsporen onze grootouders, en naar de Maartje-vlinder. Ik ga het doen: de tropen, malariapillen, een groep onbekenden, vreemd eten, kleine vliegtuigjes, de bergen, de jungle, klamboetentjes en… spinnen. Ik ben zelf namelijk, net als mijn zusje, als de dood voor spinnen, maar voor haar had ik ze met liefde weggejaagd.

Wordt dit mijn volgende boek? Misschien wel, maar eerst ga ik nog even terug naar Canada, waar mijn oom op me wacht om zijn verhaal via mijn handen aan het papier toe te vertrouwen.